Op deze pagina vind je de artikelen die in de Nieuwsbrief van de maand staan en artikelen die in de Folkagenda hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave

 

 

Oproep Ukelele-spelers — door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda maart 2019)

Het was in 2011 dat de Amerikaanse ukelele-speler Mike Lynch (1945-2018) 2 februari uitriep als Wereld Ukelele Dag. Het lijkt me nou zo leuk, om hier in Nederland (Amsterdam?) op 2 februari volgend jaar, mee te doen met deze jonge traditie. Dus bij deze een oproep: Wie voelt er voor om samen zo’n dag van de grond te krijgen? Je hoeft natuurlijk zelf geen ukelele te bespelen, al spreekt dat wel in je voordeel. 

De ukelele heeft eigenlijk maar een suf imago. Zo in de trant van ‘Jo met de banjo en Mien met de mandoline’. Maar volkomen onterecht, naar mijn mening. Je kunt het beste, de mensen die er zo over denken, overtuigen door ze de muziek van de Japanse ukelele-speler Jake Shimabukuro te laten horen. Hier een link naar youtube. Ongelofelijk knap: https://www.youtube.com/watch?v=a8SBrxJldbw

En misschien helpt het als je vertelt dat George Harrison en John Lennon (Beatles) ook ukelele hebben gespeeld. De laatste pop-hit waarin de ukelele de hoofdrol speelt, was van de groep Train: ‘Hey Soul Sister’. Als je toch op youtube zit: https://www.youtube.com/watch?v=kVpv8-5XWOI

En Loudon Wainwright III verklaarde in 2010 zijn liefde voor de ukelele met ‘Got a ukulele’: “Life could be bright and breezy; When it should be easy. There’s nothing hard or heavy about a uke. I don’t play bull fiddle; No mystery, no riddle. Schelping that thing you look like a kook.”

Verder is bekend dat ook Eddie Vedder (ex-Pearl Jam) een liefde voor dit instrument koestert. In Nederland is het vooral Faye Lovsky geweest die veelvuldig gebruik maakte (en dat nog steeds doet) van de ukelele.

Even iets over het instrument De ukelele (ook wel ukulele of oekelele) is een snaarinstrument behorend tot de getokkelde luitachtigen, onderverdeeld in de gitaarfamilie. Een ukelele heeft over het algemeen vier nylon-snaren. De populairste stemming is tegenwoordig g'c'e'a', ook wel C-stemming. Daarnaast is er ook de D-stemming, a'd'f#'b', waarbij alle snaren een hele toon hoger gestemd zijn. Hoewel de D-stemming vroeger meer de standaard was (en dat in een aantal landen nog steeds is), hebben beide stemmingen altijd naast elkaar bestaan. (Bron: Wikipedia)

Bij een ukelele denk je aan Hawaï. En dat klopt. Toen de laatste koning van Hawaï (Kalakaua) de ukelele inzette op koninklijke bijeenkomsten, werd het daar een zeer populair instrument. De ukelele is gebaseerd op een Portugees instrument (braguinha van het eiland Madeira).

Verschillende soorten ukeleles Er bestaan vier verschillende soorten/maten ukeleles. De instrumenten worden gesorteerd op grootte. De kleinste ukelele is de sopraan-ukelele, een maatje groter heet de concertukelele, daarna komt de tenor-ukelele. 

Er zijn ook nogal wat varianten. Zo is er de banjo-ukelele (een klankkast met een vel zoals bij een banjo); de national-ukelele (met een romp geheel van metaal) en de resonator-ukelele (met metalen binnen-stuk om de toon te versterken). Daarnaast zijn er nog de bas-ukelele en de bariton ukelele, maar die worden anders gestemd (bas-ukelele zoals de laagste snaren van de gitaar en de bariton-ukelele zoals de hoogste vier snaren van de gitaar). Verder heb ik ukeleles gezien met vijf, zes, zeven en zelfs met acht snaren. En er bestaan ook harpukelele’s waarbij naast - de 4 ukelele-snaren – 4 tot 6 extra snaren met een extra hals aan het instrument worden toegevoegd.

Misschien ken je wel iemand - of meerdere - die een ukelele bespelen. Pols die dan eens of ze wat voor ukelele-dag Nederland voelen op zondag 2 februari 2020. Als je wilt helpen of wilt komen spelen, stuur me dan een mailtje: herbertcbos@gmail.com Ik neem dan contact met je op.

Herbert Bos

[terug naar boven]


THE TROUBLE WITH THE TRUTH - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda april 2019)

THE TROUBLE WITH THE TRUTH

“Drank maakt meer kapot dan je lief is. Kent u die uitdrukking?”, zou dominee Gremdaat zeggen. Deze uitdrukking is zeker van toepassing op Arthur Q. Smith. 

Hij - James Arthur Pritchett - werd geboren op 11 december 1909 in Griffin, Georgia, VS. En hij overleed op 21 maart 1963 in Knoxville, Tennessee. Hij groeide op in Harlan, Kentucky, en werd een bekende muzikant. Hij trad regelmatig op voor de radio. Daar speelde hij eigen nummers en ontwikkelde zich tot een opmerkelijk talentvolle schrijver van muziek en muziekteksten. Hij werd zelfs door King Records als vaste tekstschrijver in dienst genomen. Daar nam hij op een goeie dag ontslag omdat spelen voor de radio zijn grote passie was.

Hij had een rijk en succesvol leven kunnen hebben, maar hij werd alcoholist, waardoor hij een leven leed met vooral alleen maar problemen (of eigenlijk één probleem). Soms was de nood zo hoog dat hij voor zeer weinig geld de rechten van zijn liedjes verkocht, al was het maar om de drank te kunnen betalen.

Er zijn vermoedelijk honderden liedjes van Smith die niet op zijn naam staan. Smith werd een eerste aanspreekpunt voor artiesten die weer eens een nieuw nummer nodig hadden. Voor een paar dollar schreef Smith ze, op afroep. De royalty’s hadden zijn interesse niet, als hij maar kon drinken. Het bekendste voorbeeld is 'Wedding Bells'. Geschreven door Smith, maar op naam van gitarist Claude Boone. Die heeft er veel geld mee verdiend, want deze country-hit is uitgebracht door Henk Williams, George Jones, Marty Robbins, Jerrel Lee Lewis en Dean Martin.

Na Smith’s dood is zijn weduwe (Lillian Fritts) er nog in geslaagd nog wat royalty’s te innen. Want – tot ieders verbazing – bewaarde Smith de nodige kwitanties van zijn transacties. Zo is gebleken dat er nog andere bekende artiesten, zoals Ernest Tubb, Ricky Skaggs, Mickey Gilley, Carl Smith, Bill Monroe, Pater Wagoner en Dolly Parton, tegen zeer gunstige condities, hits van hem hadden gekocht.

Eind 2016 is door Bear Family het album The Trouble With The Truth uitgebracht. Een prachtig vormgegeven en gedocumenteerd album met 2 cd’s. Disc 1 bevat 29 nummers van Smith in uitvoeringen van o.a. Roy Acuff, Kitty Wels, Hank Williams, Stanley Brothers, Bill Monroe & His Bluegrass Boys en Mother Maybelle & The Carter Sisters. Disc 2 bevat 15 door Smith zelf opgenomen nummers, waardoor maar weer eens bewezen wordt dat hij – naast liedjesschrijver – ook een geweldige musicus was.

“Collectie Arthur Q. Smith is het mooiste eerbetoon dat hij zich kan wensen.” – De Volkskrant BCD 17426 Bear Family Productions Ltd Meer informatie: www.bear-family.com

Herbert Bos

[terug naar boven]


Zither of Autohapdoor Herbert Bos
bron: Amsterdamse Folk Agenda juni 2019

Citer of Autoharp?

Ik zag op Marktplaats een advertentie staan. ‘Een Zither te koop’, wat wij in Nederland een citer noemen, met een afbeelding van een Autoharp.
Close zou ik zo zeggen want de Autoharp is namelijk een variatie op de citer:

In 1865 emigreerde Charles F. Zimmerman (instrumentenmaker van beroep) vanuit Zuid-Duitsland naar Philadelphia. Zijn broer had daar een zaak waar instrumenten werden gerepareerd. Alle gereedschap was dus beschikbaar en Charles maakte van de bekende citer een instrument wat goedkoper was en wat gemakkelijk te bespelen is. (Daarover verderop iets meer.) Het was bedoeld als speelgoed voor kinderen en niet als serieus muziekinstrument. Hij vroeg er in 1882 patent op aan, maar vergat er een officiële tekening bij te voegen.
In 1885 kwam Charles in contact met een piano fabrikant. Deze besloot het groots aan te pakken. Er zijn er toen zo’n 50.000 van verkocht.

Door advertenties groeide de vraag naar de Autoharp en werd de fabricage flink uitgebreid tot 13.000 per week. In 1897 ging de onderneming echter failliet en moesten er duizenden autoharpen worden verbrand.

Er gebeurde nog van alles rond de Autoharp, zoals de ontwikkeling van de "Volkszither" waar wel met succes patent op aangevraagd werd. Je kunt je ook iets voorstellen bij de conflicten tussen de heren.

Ik maak een sprong naar 1926. Oscar Schmidt kocht toen het patent en maakte er zo’n 400 per week. De Autoharp werd gebruikt voor muzieklessen op scholen.
Pas na Wereld Oorlog II werd de Autoharp bekend. Het werd gebruikt in de American Folk Music door (o.a.) Maybell Carter van ‘The Carter Family’. Leuk is te vertellen dat zij, de manier waarop het instrument gespeeld werd, volledig veranderde. Oorspronkelijk werd de Autoharp, net als de citer, liggend bespeeld. Maar The Carter Family hadden veel optredens. En er moest telkens een tafel worden gevonden zodat het instrument op de juiste hoogte lag om door Maybell bespeeld te worden. Zij kwam op het lumineuzer idee om de autoharp rechtop vast te houden
.

Dat brengt me op hoe autoharp te spelen:
Een Autoharp heeft dezelfde vorm als een citer en heeft ook van rechts naar links snaren van diverse dikte en lengte.
Over deze snaren liggen houten of metalen bars. Op deze bars zitten knoppen zodat de bar kan worden ingedrukt.
Onderaan elke bar zitten stukjes stof om enkele snaren af te dempen, zodat die niet klinken als de snaren in trillen worden gebracht. Elk akkoord is in de juiste vorm gesneden zodat het de juiste snaren laat klinken die bij het akkoord horen.

Klinkt misschien erg ingewikkeld, maar de Autoharp heeft een bijnaam: “Idioten Harp”: ”idioot moeilijk te stemmen, maar idioot makkelijk te spelen.”

Herbert Bos 

 

[terug naar boven]

 


 


 

HET LEVEN IN KERRY - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief)

Het leven in Kerry.

Een buurvrouw had ik even over de vloer en ze ging naar het stadje toe. Ze vroeg of ik iets moest doen daar en of ik wilde meerijden. Dat kwam wel goed uit om daar wat boodschappen te halen bij de Supervalu. Dus ik ging op haar aanbod in.
Zo gauw als ik kon kleedde ik mij om om naar buiten te gaan. Een tas pakken en een jack aan en klaar was Kees om mee te rijden.

In de Supervalu was ik pas 1 keer geweest. Ik woon maar net twee weken hier in mijn cottage. Met een lorrey liep ik tussen de rekken door en bestudeerde heel goed de artikelen die ik zou willen meenemen. Ik ben rustig een uur of zelfs veel langer bezig om al die onbekende artikelen te leren kennen en mijn keuzes te maken. Maar stilletjes aan werd de lorrey aardig gevuld. Toen werd het tijd richting kassa te gaan. Even in mijn jack voelen in welke zak ik mijn beurs en pinpas had zitten. Alleen de sleutel van mijn cottage vond ik. Geen beurs, geen pinpas maar wel het angstzweet. Zinloos om daar zomaar een vloek te laten om mijn eigen domheid te reguleren.
Maar wat ik moest ik nu? Diverse mogelijkheden schoten door mijn hete kop. Een taxi bellen om mijn pinpas op te halen of Denise, de buurvrouw, bellen om te vragen of zij mijn pinpas kon halen. Ik stond met mijn mobiel klaar om te bellen toen ik een medewerkster langs zag lopen. Die schoot ik paniekerig aan en legde uit wat er met mij aan de hand was. “Geen probleem en niks aan de hand” zei ze. Nou, ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt.

Stap 1: Bij de kassa de boodschappen laten scannen.
Stap 2: Even wachten, dan komt iemand je naar huis brengen.
Stap 3: Thuis bel je de gegevens van je pinpas door.
Stap 4: Tot rust komen en verwonderen hoe makkelijk ze omgaan met een probleem dat voor hun helemaal geen probleem is.

En alles verliep even vriendelijk, vrolijk en ontspannen.
Ze nemen er rustig alle tijd voor. Geen probleem.
Niks is een probleem hier.

Volgende keer iets over inburgeren hier. Dat is ook geen enkel probleem.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


DANSVERENIGING ZAJEDNICA - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda juli 2019)

Zaterdag 1 juni: de laatste dansinstuif van dit seizoen op de 1ste zaterdag van de maand.
Dé gelegenheid om eens langs te gaan. En om hun nieuwe locatie eens te zien. Want vanaf januari zitten ze in de 2de Constantijn Huygensstraat nummer 31.

Ik spreek met Marjan (voorzitter) en Esmeralda (bestuurslid) van het bestuur wat volledig uit vrijwilligers bestaat: Riet (secretaris) en Christien (penningmeester).
Zajednica werd in 1959 opgericht. Dit jaar bestaan ze dus 60 jaar! Maar daarover later meer.
Ze werd in 1972 een stichting. In 1974 kregen ze een eerste eigen onderkomen. Na wat verhuizingen kwamen ze in september 1975 in de Argonautenstraat. Als Mokum Folk hebben we daar fijne herinneringen aan omdat we daar jaren ons Mokum Folk Podium mochten houden.
Het was even schrikken toen ze, na zoveel jaren, het speeltuinhuis aan de Argonautenstraat opeens niet meer mochten gebruiken. Maar gelukkig konden ze in het Constantijn Huygencollege terecht.
Midden in de stad (zijstraat van de Overtoom) met als speciale bijzonderheid dat je daar GRATIS mag parkeren! En uitstekend te bereiken met openbaar vervoer.

Ingang via de zijkant en dan rechtsaf naar de gymzaal. Een ideale vloer om op te dansen. De zaal wordt door de school niet meer gebruikt als gymzaal, maar wordt nu gebruikt als aula. De leerlingen eten daar en de zaal wordt vol gezet met tafels en stoelen. Er is dan ook een mooie ruime bar aanwezig.

In de zomermaanden (juli en augustus) houdt Zajednica daar elke woensdagavond een instuif. Misschien een reden om er ook eens langs te gaan?

Het jubileumfeest ter viering van haar 60-jarige bestaan - vindt plaats op zaterdag 5 oktober van 15 tot 23:30 uur.
Er zijn workshops en er wordt Joegoslavisch en Mexicaans gedanst. Er is een optreden van een klezmerband. ’s-Avonds het grote jubileumbal met medewerking van orkest Yargen en met dansoptredens van Paloina met eigen orkest. Dit allemaal in het Podium Mozaïek aan de Bos en Lommerweg 191; 1055 DT Amsterdam.
Meer informatie: www.zajednica.nl
Mailen: info@zajednica.nl

Herbert Bos

 [terug naar boven]


25 JAAR MEEZINGEN - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda oktober 2019)
 

Op vrijdag de 13de werd gevierd dat er al zo lang samen gezongen wordt. De grote vraag is: “was het inderdaad op 13 september 1994 dat Jos de Rooij voor de 1ste keer zo’n zangavond hield?”

Het is niet waarschijnlijk dat Jos op die datum met Piet van Rees van Café de Meester op de Zeedijk overeenkwam elke eerste woensdag van de maand op accordeon liedjes te komen begeleiden. De grote vraag is natuurlijk: “wanneer dan wel?”

Ik sprak met Ton Schuringa de drijvende kracht achter site www.demeezingers.com
Voor alle (achtergrond-)informatie; het laatste nieuws en de historie, verwijs is graag naar deze prachtige website. Maar dat terzijde.

Ton vertelde dat hij heeft geprobeerd te achterhalen op welke datum Jos gestart was. Hij heeft het destijds nog aan Jos gevraagd, maar die wist dat ook niet meer. Ton heeft diverse mensen gesproken, die het gehoord hadden van iemand die het gehoord had: “Het moet ergens in1993 begonnen zijn.”

Bekend is wel dat Jos – voordat hij in Café de Meester ging spelen – al op de maandagavonden vanaf 1991 in café Het Molentje speelde. We houden het er maar op dat Jos op 7 april 1993 in Café de Meester de eerste accordeonklanken ten gehore bracht.

Mocht iemand het exact weten: laat het dan even weten.

Vorig jaar dacht men er al aan om de mijlpaal 25-jaar te vieren, maar het kwam er niet van. Dit jaar moest het er van komen. En het lukte. Het was een hele mooie avond, met (natuurlijk) veel samen zingen. Er was speciaal voor die avond een boekje met songteksten samengesteld (zie foto). Maar ook historische video opname; beelden van Jos; fotomontages op scherm en een mystery guest.

Ik heb vele jaren de weg naar de samenzang op de Zeedijk gevonden. Eerst bij Café de Meester, toen naar Café de Ooievaar; het restaurant De Portugees en Café Verhoeff. Nu zingen ze al ruim 2 jaar in Café II Prinsen aan de rand van de Jordaan (hoek Prinsengracht en Prinsenstraat).
Na het overlijden van Jos de Rooij (april 2016) nam zijn broer Ton de Rooij het stokje van hem over. Er zijn nog steeds dezelfde thema-avonden. Op elke 1ste woensdag Nederlands Populair met liedjes uit de bundels ‘Toen wij van Rotterdam vertrokken’ en ‘Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben’. Op de 2de woensdag Engelstalige Popliedjes. Op de 3de woensdag Nederlands en Amsterdams. Op de 4de Italiaans; Frans; Spaans en Duits. En als er een 5de woensdag in de maand voorkomt, worden er strijdliederen; folk; gospel en country gespeeld en gezongen.
Iedereen is welkom. Volgens Ton is het ‘voor iedereen’ precies het bestaansrecht van het samenzingen.

Herbert Bos

 [terug naar boven]


 


40-JAAR MOKUM FOLK - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda november 2019)

Op 20 oktober j.l. vierden we het 40-jarig jubileum van de Stichting Mokum Folk, met een festival.

Het duo Bodhi & Titus; de groep ’t Gevolg en het klezmerensemble Kalarash zorgden voor een onvergetelijke middag daar in Amstelveen (Alleman). 20 Oktober klopte niet helemaal, want Jos de Rooij heeft de stichtingsakte op ​zeven en twintig augustus negentienhonderd negen en zeventig ​ van​; de Stichting ter bevordering van het volksmuziekgebeuren te Amsterdam, Mokumfolk ​ laten passeren bij notaris mr Gerard Strang standplaats Amsterdam.

Voor de eerste maal werden tot bestuurders van de stichting benoemd: Johan de Rooy (voorzitter); Kees Huijser (1ste secretaris); Jeannette Maria Leonare Drechsler (2de secretaris); Cornelis Adrianus van Oosterhout (penningmeester). Zij vormden het dagelijks bestuur. Daarnaast werden zeven bestuursleden benoemd voor het algemeen bestuur.

Toen ik Mokum Folk in beeld kreeg, was Johan (Jos) de Rooy nog steeds voorzitter. Secretaris was Hillie Wolters en Harold Prijn was penningmeester. Het moet 1996 geweest zijn dat ik een stand zag van Mokum Folk op de Amsterdamse Uitmarkt. Tussen de plaatselijke Bach-vereniging en de plaatselijke Accordeon- en Mandoline- en Toneelverenigingen zaten Jos en Harold rustig een sigaretje te roken en vroegen of ik een Amsterdamse Folk Agenda wilde kopen. Ik ben in mijn geboorteplaats Dordrecht in de 60-er jaren erg actief geweest op het gebied van Folk. Samen met vrienden hebben we daar met succes een Folkclub gerund. Dus ik had wel interesse in een Folk Agenda uit Amsterdam.

In die Folk Agenda stond een jaarlijkse ‘leden’-vergadering gepland. In een café ergens in de Jordaan. Het was die avond goed weer. Ik besloot met de fiets daarheen te gaan. In het café aangekomen, trof ik een beperkt aantal gasten die rustig een biertje zaten te drinken. De barman zag mij verbaasd rondkijken en vroeg voor wie ik kwam. “Voor de jaarvergadering van Mokum Folk.” “Oh dan moet u het trapje op, die zitten boven” antwoordde hij. Daar werd ik verwelkomd door Hillie Wolters: “Oh wat leuk, nog een donateur!”

Ja, want naast mijn persoontje was ook Cobi Schreijer aanwezig. Jos en Harold waren er ook en de vergadering werd door Jos – zijnde de voorzitter – geopend. Cobi Schreijer vroeg direct een ‘motie van orde’ aan. Want zij had een stukje van Jos in de Agenda gelezen  waarin hij een optreden van een damesgroep had bekritiseerd in termen van “…de pauze was het beste deel van het optreden….”. “Dat heb je natuurlijk gezegd omdat het vrouwen zijn!” was de stelling van Cobi. Hetgeen – tevergeefs – door Jos werd ontkend met de woorden dat het optreden gewoon erg slecht was.

Toen het wat rustiger werd, Cobi besloot niet langer te blijven, werden de agendapunten w.o. herbenoeming dagelijks bestuur, afgehandeld. Na een pilsje vroeg Hillie mij of ik wilde komen helpen. Zij zochten iemand die de cursussen zou willen coördineren. Leek me wel leuk.

Dat levert op zich weer een hoop verhalen op. Maar die misschien een andere keer.

Zo ben ik bij Mokum Folk gekomen. Dus van die 40 jaar toch meer dan de helft.

Herbert Bos 

 

[terug naar boven]


JUBILEUMFESTIVAL MOKUM FOLK - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda december 2019)

J.l. augustus was het precies 40 jaar geleden dat Jos de Rooij de Stichting Mokum Folk oprichtte. Helaas heeft hij dit jubileum niet mee kunnen vieren. In april 2016 overleed Jos.

We hadden drie groepen uitgenodigd om 3 kwartier te komen spelen. Omdat we dit seizoen, naast het jubileumfestival, nog 6 voorstellingen hebben, kon het festival ook mooi dienen als opening van het nieuwe seizoen.

Het festival werd geopend door onze voorzitter – Rob van Niele – waarbij we afgesproken hadden de opening niet te lang te maken en niet elke ex-bestuurslid te noemen en te bedanken. We hadden wel alle ex-bestuursleden uitgenodigd. Helaas waren ze – op Harold Prijn, Joop Wieringa en Hans van Deelen na – niet gekomen. Harold is heel lang penningmeester geweest. Over Joop en Hans later meer.

Na de korte speech wist het Duo Bodhi & Titus de volle zaal stil te krijgen met hun muziek. Titus is een bekende op ons folkpodium. Hij heeft in het verleden in diverse samenstellingen bij ons gespeeld en gezongen. Bodhi was voor ons een nieuwe ster. Al is ook zij al vele jaren actief in de muziek.

Na een pauze de groep ’t Gevolg. Ook ’t Gevolg hebben we meerdere keren bij ons op bezoek gehad.
Hans is redactielid van New Folk Sounds (voorheen Janviool) en is als muzikant bekend van de groepen Alruin en Windvlaag. Hans is enige tijd bestuurslid van Mokum Folk geweest.
Doortje Schroevers speelt al vanaf haar 8ste  viool en speelde ook al in Windvlaag.
Marcel van der Vloet speelt de trekharmonica (trekzak). Maar Joop Wieringa.is voor ons wel de bekendste van de groep. Joop heeft jaren de programmering van het Mokum Folk Podium verzorgd en is jaren bestuurslid geweest. Joop speelt de (ukelele-)bas en de bodhran in de groep.

Als derde groep was er een optreden van de Kalarash Klezmerband. De geschiedenis van deze groep gaat ver terug. Zo begeleidden zij o.a. de zangeres Marjolijne Rommerts . Marjolijne was als professioneel zangeres lange tijd verbonden aan het Folklorisch Danstheater en later zangeres bij balkanswingband Sultan. Helaas overleed zij twee jaar geleden. Tijdens het herdenkingsconcert naar aanleiding van haar overlijden, trad de Kalarash Klezmerband op. We waren naar dit herdenkingsconcert en zeer onder de indruk van hun muziek. De groep verzorgt geen reguliere voorstellingen meer, maar gelukkig was er het enthousiasme om te komen spelen. Het optreden was voor hun een reünie. Een reünie die voor hun en voor ons zeker voor herhaling vatbaar is.

Terugkijkend hebben we een fantastisch festival gehad. Veel van onze donateurs waren gekomen voor de voorstelling en een drankje. En er waren ook betalende gasten. Over betalen gesproken. Iemand heeft zijn of haar kaartje betaald met een vals briefje van 50 Euro. Nu hoop ik maar dat dat niet bewust is gebeurd.

Voor ons wel aanleiding om voortaan een controle uit te voeren als we met 50 EURO betaald worden.

Voor de penningmeester betekent dit een extra kostenpost. Maar ja, je bestaat meer één keer 40 jaar. Bij deze alle muzikanten; de mensen van het geluid en de medewerkers van het Wijkcentrum bedankt voor een mooie herinnering. Op naar ons 50-jarig bestaan!

Herbert Bos

[terug naar boven]


LUITBOEK Deel 1 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk)

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:
Deel 1:

 

In 2010 deed de Nederlandse volksmuzikant Cor van Sliedregt een opmerkelijke ontdekking van een handschrift in het Westfries Archief te Hoorn uit de archieven van Enkhuizen. Dit handschrift staat in de inventarislijst vermeld als ” Register van werk- en ambachtslieden en leveranciers voor de schepen, 1728 tot 1747”. Hierin vond hij een niet onaanzienlijke hoeveelheid muziek: negen stukken voor luit in tabulatuur en ca. 50 enkelstemmige instrumentale stukken in “gewoon” muziekschrift.

Dit muziekboek is, zoals we zullen zien, afkomstig uit de stad Enkhuizen, gedateerd omstreeks het midden van de 17e eeuw. De ontdekker deelde zijn bevindingen mee aan de samenstellers van de Nederlandse liederenbank in het Meertens Instituut te Amsterdam, en gaf toestemming om de tot nu toe onbekende bron met luitmuziek hier te presenteren.

 

Beschrijving van het boek

Het formaat van het manuscript is 20,5 x 16 cm. Het is nog in zijn originele staat met perkamenten band en twee linten om het te sluiten. Op één van de buitenkanten staat geschreven: Thema Boek beginnende met den 18e december 1703. Het boek is voor twee doeleinden gebruikt: enerzijds als een muziekboek, anderzijds als een boekhouding van de uitrusting van en werkzaamheden op schepen. 

De tweede gebruiker draaide eenvoudig het boek om en begon aan de andere kant te schrijven. Te oordelen naar het handschrift en het karakter van de muziek, is het muziekdeel ouder dan het administratieve gedeelte. Dit laatste kan gedateerd worden in de eerste helft van de 18e eeuw. De tekst op de omslag is eveneens aan deze zijde van het boek. De aantekeningen lopen door tot het zevende katern, daarna volgen 39 blanco pagina’s en in het elfde katern staan enkele zakelijke opmerkingen betreffende de handel in witte en zwarte peper gedurende de jaren 1716 en 1720.

 

Het muziekdeel

Onze interesse gaat uit naar het muziekdeel. Op de eerste vier bladen  ontbreken paginanummers en muziek. Daarna volgen pagina’s die elk vier balken met zes tabulatuurlijnen hebben, getekend met een rastrum(1). Waarschijnlijk is het boek met het luithandschrift begonnen. Op de eerste pagina’s staan negen complete luitstukken en één fragment luitmuziek; daarna worden de muziekbalken gebruikt voor gewone muzieknotatie. Op pagina 2 is een “titel-pagina” geschreven; en dat helpt ons het boek te dateren en de plaats van herkomst te bepalen. Er staat:

 

Andreas van vossen / jungatur cum / Margareta

vesterman / ut, quos junxit amor, quos hora novissima solvet

 

Dit enigszins rammelende Latijn betekent: “Moge Andreas van Vossen worden verenigd met Margaretha Vesterman; en dat zij, door Liefde verenigd, slechts gescheiden zullen worden door het Laatste Uur [Dag des Oordeels]”

 

Het lijkt erop dat de opdracht een herinnering is aan de verloving van Andreas en Margaretha. Deze aantekening dateert dus waarschijnlijk van vlak voor hun huwelijk.

Er is informatie over dit paar gevonden. Zowel Andreas als Margareta kwamen uit Enkhuizer patriciërsfamilies, waarvan de leden actief zijn geweest als burgemeesters en in andere bestuursfuncties.

 

(1) Rastrum: een apparaat waarmee vijf of zes lijnen tegelijk kunnen worden getrokken, zodat een notenbalk ontstaat.

 

 

Volgende maand deel 2.

 

[terug naar boven]
 


 


ENGELSE TRADITIES - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief juni 2020)

Eigenlijk is het iets waar meer creatieve mensen last van hebben: de 7 jaar. En ook ik merk dat ik, op of rond het 7e jaar bij een dansgroep, bestuur, band of wat dan ook aan creativiteit met anderen, in mij rusteloze gedachten wakker worden. Met dansen bij die fijne demonstratie folklore groep Paloina raakte ik in een sleur en dat was ergens rond de 7 jaar. Het hele Balkan-danswereldje voelde ik op dat moment als een sleur en alleen de muziek bleef boeien.

Op een ander moment als Bassist bij de Balkan band Habbekraç merkte ik ook dat ik niets meer toe te voegen had, zo rond 7 jaar. We waren zoals we waren en tevreden met de aandacht en de regelmatige optredens. Het Basspelen heeft nog geen last gehad van de 7 jaar en tal van muzikale groepen volgden elkaar op of bestonden gelijktijdig in mijn muzikale leventje. En onderweg leer je en leer je en ben je nooit uitgeleerd. Zo’n 5 jaar geleden gaf de Stichting Mokumfolk de maandelijkse Mokumfolk Wijzer uit met informatie van alle folk activiteiten in onze regio van de desbetreffende maand. Tegenwoordig Digitaal dus. Ook is er een rubriek, “het Mokumpje”, waar ieder lid zijn of haar oproepje kan plaatsen. Folkgroep ’t Gevolg zocht zo’n 5 jaar geleden een Bassist die ook de Bodhran kon bespelen en ook nog eens wat mee kon zingen. Mijn radiotechnicus én Mokumfolk lid zei: ”dit is dus voor jou geschreven”. Ik kende enkele leden want als Windvlaag, hun oude naam in een andere bezetting, had ik ze regelmatig in mijn ‘Avondland’ uitzendingen te gast voor een interview bij hun volgende nieuwe CD. Sympathieke lui met leuk muziek repertoire en ,hoewel ik geen muzikaal groot licht was (en ben) dacht ik toch meerwaarde te kunnen bieden. Mijn toen, huidige muziekgroep stagneerde en ik voelde dat dit niet snel verbeterde was ik wel weer aan iets nieuws toe. Dit waren de juiste nieuwe schoenen voor als de oude op waren; wat ik al inschatte. Ik mocht met hun meedoen. Op onze fraaie website zag ik dat onze Trekzak speler ook “speelman” was van het Utrechts Morris Team. “Maar jij was toch Demo-danser?” was zijn antwoord toen ik hem confronteerde met mijn ontdekking. Het scheelde maar weinig of hij zakte voor mij op z’n knieën met de mededeling : “wij hebben een schreeuwend tekort aan dansers, zou je misschien…”. De Morris dans is echt een volksdans uit de Engelse traditie die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een volksdans uit de 13e eeuw ontstaan en oorspronkelijk door mannen gedanst. Een voor-Christelijke dansvorm om de boze geesten te verdrijven ( tijdens de oogstmaanden) d.m.v.de geluiden van stokslagen, belletjesgerinkel en door de bewegelijkheid van de dans en het gebruik van witte zakdoeken. Elk dorpje of stad in Engeland heeft wel een Morristeam waar bij de gezelligheid in de pub ook een belangrijk onderdeel is van deze danstraditie. Zo wordt er voornamelijk gedanst voor of in de buurt van een pub want dansen maakt dorstig ( wij hebben ook een stamkroeg in Utrecht). Overal in de wereld waar Engeland ‘de baas’ was(behalve in Ierland, geloof ik) bestaan Morristeams zodat ik bijvoorbeeld bij een team in Amerika of Australië mee zou kunnen doen. Nederland is nooit overheerst maar wij vinden hun danscultuur leuk om te doen. Er zijn verschillende tradities bij de Morrisdans cultuur en het Utrechtse ‘team’ behoord tot de Cotswolds traditie van midden-Engeland; dansen voor minimaal 6 dansers in 2 rijen tegenover elkaar die allerlei ingewikkelde routes dansen binnen de dans waarbij elke dans nét weer íets anders is binnen de stijlen. Het zijn geen snelle dansen maar wel lastig te onthouden dansen; vooral in het begin. Niet zozeer de dans maar die muziek vind ik leuk. Morris muziek heeft toch een geheel eigen karakter binnen de Angelsaksische folkmuziek. Bij sommige melodietjes kan ik nu ook een dans in mijn geest toveren als ik die buiten de dansavond of een optreden hoor. Toen ik na rijp beraad “ja ik doe mee” zei tegen deze ,voor mij, nieuwe volksdansuiting was er ook wat eigenbelang bij betrokken want bewegen op muziek is een leuke bezigheid en bewegen is ook zeer goed voor het lichaam. De (beetje) ingewikkelde figuren is ook goed voor de geest. Dus als pensionado blijf ik ook nog actief met het lichaam. Om op te kunnen treden hebben we een Engels-achtig kostuum en wordt er ‘op stijl’ gelet. Ieder jaar gaan we op uitnodiging naar Engeland voor optredens waarbij het mij toch opvalt dat wij deze dansen iets accurater uitvoeren dan te zien bij de bakermat van de écht Engelse teams. Misschien omdat ze hun eigen traditie als iets vanzelfsprekend vinden; ik weet het niet. Nog voordat ik ooit deze dansvorm leerde waarderen was het de muziek van de Albionbands van leider Ashley Hutchings die mijn aandacht trok. “Folkfather” Hutchings is de Bassist die eind 70tigger jaren de Angelsaksische volksmuziek wilde integreren in de Popcultuur; eerst via de zeer succesvolle band  Fairport Convention waarmee de “Folkrock” ontstond. Daarna richtte hij Steeley Spann op (“seven year itch” gevoel?) met min of meer dezelfde formule: oude traditionele volksballaden als popmuziek brengen. Na deze successen wilde hij de traditionele danstraditie, het Morrisdansen, (pop)ulariseren en ook hier kreeg zijn volgelingen via zijn Albiondance bands in diverse bezettingen; stevig gespeelde morrisdanstunes met Drums, Electrische Gitaren en zijn stevige Electrische Bas.

Ik was al vroeg verkocht aan die stijl zonder dat ik wist dat ik later ook die dans zou leren dansen. De Morrisdans is haast met geen andere volksdans te vergelijken(misschien met sommige Baskische volksdansen) maar ook de tijd en de tijdgeest heeft deze typische mannen dans veranderd. En nu dansen er ook vrouwenteams en gemengde teams deze stokoude traditie. Over de acceptatie van dansvrouwen wordt alweer jarenlang gesteggeld in Engeland maar de emancipatie is ook hier onvermijdelijk én terecht. De Britse Folkmuziek is ook mee veranderd in de huidige tijd maar sommige bands zoeken de oude tradities weer op en brengen ze weer tot leven zoals “The Servant’s Ball”. De 6 mannen hebben zich laten inspireren door een boek van schrijver Reg Hall over de volksmuzikant Scam Tester die leefde in Sussex en leefde van feestjes in “the Victorian times”; de hoogtijdagen van de “Musichall” traditie, ontstaan ergens rond 1850 en z’n bloei had tot ergens na de eerste wereld oorlog. Nét voordat de vroege jazz in Europa arriveerde. De entertainment industrie in de theaters hadden de spannende liedjes met een flinke knipoog en komische acts  in die tijd ontwikkeld waar het dagelijkse leven flink op de hak werd genomen. De sterke verschillen en gewoonten tussen de “upperclass” en de “Lowerclass” werden aangedikt voor het Theatervoetlicht gebracht. De bedienden ( servants)  woonden toen nog intern bij de rijke families maar dan “downstairs” waar de roddels en taboe geboren werden en als ‘voer’ dienden voor de Musichall liedjes. Scam Tester was niet alleen beroeps( volks)muzikant maar ook vermaard Tapdancer. In die steek werd veel Hop verbouwd voor de Bierbrouwerijen en na de oogst was het feest overal en in de plaatselijke kroegen met houten vloeren was tapdancing zeer populair ( zoals nu Breakdancing populair is). Het gebeurde onder muzikale begeleiding van een Fiddle, Piano, Concertina, Banjolelle, Percussie en Contrabas. De oude volkswijsjes werden vaak afgewisseld met de ,toen, populaire en pas te horen radio deunen. In dit muzikale ’schemergebied’ opereert deze groep “The Servant’s Ball” met die typische Engelse swing van die tijd.  De schrijnende Armoede en ongekende rijkdom leverde, ter compensatie, zeer aanstekelijke en vrolijke muziek op. Op het eerste titelloze album uit 2019  van deze groep horen we oa. het bekende “champagne Charlie” in een leuke afwijkende versie, vrolijke tapdance muziek en “Pretty little Dear” die herken ik als een Morrisdans deun.  Enkele Musichall liedjes worden ruimschoots afgewisseld met Ceilidh dance tunes. 48 Minuten pure lol dat smaakt naar meer.

De dansgroep waar ik aan verbonden ben danst op Vrijdagavond in Utrecht en zoekt nog steeds dansers en ook ons vrouwen team kan nog danseressen gebruiken. Kijk maar bij
www.utrechtmorris.nl/umt

Joop Wieringa

[terug naar boven]


EEN BIJZONDER CONCERT  - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda december 2018)

Op 17 november jl. was er een concert in Theater Koningsduyn te Castricum, ter nagedachtenis van de in september 2017 overleden Marjolijne Rommerts.

Op het programma stonden het Balkanorkest Zadar; het klezmer ensemble Kalarash; het Orkest Kaleb en de Balkanswingband Sultan. Speciaal voor dit concert was de beroemde cimbaalspeler Kálmán Balogh vanuit Hongarije overgevlogen. Kálmán Balogh geldt als één van de beste cimbaalspelers.

Dat was een indrukwekkend concert. Dat was ook wel te verwachten als je zag hoeveel bekende artiesten uit deze ‘Oost-Europese muziekwereld’ geheel belangeloos aan dit concert meewerkten. Ik ga geen namen vermelden. Te veel om hier op te sommen. Misschien wel de leden van de organisatiecommissie: Maja Kuijper, Monique Lansdorp en Stef Koopman.

De avond werd afgesloten met een finale met muzikanten; zangers en zangeressen die in de verschillende voorafgaande groepen opgetreden hadden.

Over Marjolijne Rommerts (bron: programmaboekje):
Zij werd geboren in Bakkum, gemeente Castricum. Haar ouders waren de jeugdherbergvader en -moeder van de jeugdherberg Koningsbosch aldaar. Op jonge leeftijd kwam Marjolijne al in aanraking met Jiddische liedjes en andere (volks)muziek, omdat er in het gezin en in de jeugdherberg veel werd gezongen en gemusiceerd.

Zij heeft als soliste in veel orkesten gezongen. Aanvankelijk in de orkesten Kaleb, Prelaz en ook een tijdje in Rakija. Later volgden verschillende gypsy-ensembles als Bálaton en Frýsk Csardas.

Als professioneel zangeres was zij lange tijd verbonden aan het Internationaal Folklorisch Danstheater.

Ook na die periode heeft zij nog veel met verschillende muzikanten en ensembles samengewerkt, waarvan wel het langst en het meest intensief bij Balkanswingband Sultan.

Als zangeres heeft Marjolijne veel bijgedragen aan de populariteit van muziek uit OostEuropa in Nederland.

Marjolijne was een vaste bezoekster van de optredens op ons Mokum Folk Podium.

Er is een herdenkings-cd uitgegeven: 22 liedjes van Marjolijne. Deze is te bestellen door het overmaken van € 10 naar NL51 RABO 0146 9994 36 t.n.v. S. Koopman onder vermelding van Marolijne en uw adres. De cd wordt dan toegestuurd.

Herbert Bos

[terug naar boven]


HOMMAGE AAN VRIENDEN  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk)

Toen ik de Balkan muziek ontdekte in de oude gymzaal waar ik door een vriendinnetje was mee getroond mocht ik op een bankje bij de leraar naar al dat moois luisteren.

Ik zal zo’n 16 jaar zijn geweest.

In die zaal dansten ongeveer 30 meisjes van mijn leeftijd die wij nu misschien nog wel “bakvisjes” noemen. Zij keken zeer geïnteresseerd naar die ene van het andere geslacht maar de leraar vond dat storend.

In de pauze kreeg ik dan ook de keuze om naar huis te gaan of mee te dansen op die heerlijke muziek. Ik besloot dat laatste en zo stuntelde mee in een gevorderde danscursus groep. Vaak ging het dansen mis maar tussen de gevorderden leerde ik sneller.  Na een jaar zat er weer zo’n wijsneus op de bank maar die kende de leraar en kon er wat van bleek later. Hij zei in de pauze dat ik goed kon dansen (ik?)en of ik mee wilde doen in een demonstratie groep. Nooit van zoiets gehoord. Hij zei : “je krijgt een folkloristisch kostuum aan en danst dan op een podium  voor mensen  die dan applaudisseren voor jou”. “ Als het goed gaat natuurlijk”. Wat dat ‘goed gaan’ betekende dat wist ik toen nog niet maar ach ja, waarom niet. Het leek mij wel een aardige bezigheid; het was weer iets nieuws met die lekkere muziekjes.

Ons 1e optreden, na een zekere oefentijd,  was in Amsterdam. Die dag vierde men dat het Amstelveld “autovrij “ zou worden. Wij zouden in de pauze van een vreemde Hippie groep optreden mat een potpourri van dansen aaneen geregen op muziek op een cassettebandje. Spannend want: , nog aan het ‘puberen’, voor een massaal toegestroomd publiek sta je daar te zweten van de angst dat je verkeerd gaat met je beweging of de dansrichting. De kunst van het gelijk doen.

En verdomd: . Midden in de serie dansen liep het cassettebandje vast en daar stonden we, zoekend naar een groot gat in de grond om in te verdwijnen. De hippie band leden in de podium wagen (had je toen ook al) hadden het door en pakten snel hun Fiddle, Banjo, Autoharp, Gitaar en Washboard en speelden zo goed en zo kwaad de begeleidingsband van ons optreden. Deze band maakte op dát moment in mijn herinnering zich voor de rest van mijn leven onsterfelijk. Altijd als ik hoor dat C.C.C. inc. Weer in de buurt speelt denk ik weer aan de eerste stappen van ‘ons soort van’ podium. Zij stonden dan ook aan de wieg van mijn voorliefde voor Oldtime , Bluegrass en later Americana. Ook als muzikant bij een Oldtime/bluegrass muziekgroepje met de vreemde naam The Bikeshop Band waar ook weer een anekdote aan vast zit ( maar niet voor nu). Dit bandje speelde naast”will the circle…, Johnny cash, oude trad. als “Old joe Clarke”ook enkele nummers van Towns van Zandt en Guy Clark. Zij hadden de gladde commerciële Nashville sound keurig omzeild en waren toevallig ook goede vrienden met een andere, in mijn ogen/oren, grote muzikant : de ,non-conformistische Americana muzikant Steve Earle.

Townes van Zandt zat ,net als ‘Earle , aan “de middelen” Dat snoepgoed schept een band ( zie Gram Parsons en Keith Richard wat toch een mooi stuk als “Wild Horses” opleverde) . Townes liet zijn leven daaraan en Steve stopte met moeite zijn slechte gewoonte. Een van de Albums van Steve Earle is opgedragen aan zijn overleden vriend en heet ”Townes” Zélfs zijn zoons 2e naam draagt die voornaam van van Zandt. De vriendschap ging dus diep.

De ander had een andere bad habit Guy Clark rookte als een ketter en dát werd  zíjn dood. Niet zo heel lang geleden om precies te zijn 17 Mei 2016.  En weer maakte Steve Earle een standbeeld voor een goede vriend, een hommage  met de logische titel “Guy”. 16 fantastisch omgewerkte songs uit het redelijk grote oeuvre van 20 albums van Guy Clark die Steve opnieuw samen met zijn vaste band “The Dukes”. Ik beschouw de stem van mister Earle als het Americana broertje van Tom Waits; even schurend en ruig. En zo is ook hun muziek maar dan duidelijk hoorbare country stijlkenmerken met Fiddle, Mandoline, Pedal steel, Dobro naast stevige Gitaar, Bas en Drumwerk. Naast de 5 Dukes-leden krijgt Steve steun van 10 gasten waaronder niet de minsten, te weten: Emmylou Harris, maatje Rodney Crowell ( ook groot vriend van Guy ),Terry Allen en Jerry Jeff Walker.

Het is een lekker album met, voor mij, enkele prijstrekkers zoals: “L.A.Freeway”, Desperado’s Waiting For a train” en “That Old time feeling”. Het is niet allemaal mooi grauw en gruis wat we horen. Er zitten ook mooie akoestische pareltjes tussen. Ook lekkere ‘Redneck country dansjes zoals “Heartbroke” en nog sterker “ Sis Draper”. Het laatste nummer “Old Friends” is in alles een echte “tearjerker”; zorgt voor menig brokje in menig keeltje. Aangrijpend gezongen en ontroerend gezingzegd door de eerder genoemde gastmusici.

Een schitterend slot van een schitterend album.

En nu maar hopen dat Steve Earle nog even wacht met het nareizen van z’n beste vrienden. Voorlopig is er waarschijnlijk nog veel moois te horen van Steve na dit fraaie 2019 album “Guy”.

Joop Wieringa

 

 

[terug naar boven]